Gedachte

Wat zijn gedachten toch ontzettend vluchtig. Totdat ze gevangen worden in het net van papier. Waar ze vastgespijkerd worden en niet weg kunnen waaien tenzij een geest daar toestemming voor geeft. Nu zijn ze naakt zichtbaar, kunnen ze zich niet verschuilen in hun vluchtighed, maar ook bewonderd worden om hun schoonheid.

6 August 2010
By on 11:45
OV-chipkaart

Sinds deze week is de oude vertrouwde OV-studentenkaart geen geldig vervoersbewijs meer. Ik vreesde aanvankelijk dat het mij niet zou lukken om het studentenreisproduct op tijd op te laden, maar uiteindelijk is het ook mij gelukt, heel wat voeten heeft het wel in de aarde gehad.

Het begon met het feit dat ik half vorig jaar twee maal een OV-chipkaart over de post had gekregen. Makkelijk als ik was, stopte ik er een in m’n portemonnee en de andere bewaarde ik op een plekje wat me niet boeide en wat ik dus ook niet meer weet.
Tegen het einde van 2009 werden er brieven verzonden met de mededeling dat vanaf 16 december het studentenreisproduct opgehaald kon worden, zodat alle studenten vanaf 1 januari 2010 geen oude studentenkaart meer nodig hadden. Verschillende mensen om mij heen hadden vrij snel hun kaart opgeladen, mijn kaart wilde echter niet. De paaltjes bleven maar de mededeling geven dat er geen bestellingen voor me klaar stonden. Geduldig als ik was, wachtte ik af. Ondertussen waren er berichten dat het overstappen naar de chipkaart nog niet zo soepel verliep als gehoopt en werd de uiterste geldigheidsdatum van de oude OV-kaart steeds maar uitgesteld. Iets waar ik niet mee kon zitten, aangezien ik nog steeds niet mijn studentenreisproduct kon ophalen.

16 March 2010
By on 13:51
1 maart

Na alle stormachtige en regenachtige dagen van de week ervoor, was het gister, afgezien van enkele lichte buitjes, schitterend weer voor deze tijd van het jaar.
De zon heeft uitbundig geschenen en ik heb zelfs een helder blauwe lucht kunnen aanschouwen.
Kortom, de (meteorologische) lente is weer begonnen en deze is ingeluid op een schitterende dag!

=)

2 March 2010
By on 10:16
Overlevingsdrang (2)

Naar aanleiding van de geschiedenis van mijn plantje (die het nog steeds doet!) bedacht ik dat ongeveer al het leven een ontzettende drang heeft om te leven. Denk je dat je het groen nu te veel mishandeld hebt en er geen leven meer in zal zitten, ontluiken er stiekem toch weer nieuwe frisgroene blaadjes. Het verlangen om te leven zit er vanaf het begin al in, dat is een van die dingen die niet aangeleerd of uitgelegd hoeven worden. Men vermoedt dan ook dat dit het sterkste instinct in levende wezens is. Een voorbeeld van de impact van ons drang te overleven is de geneeskunde. Zonder het verlangen om te leven zou men immers nooit het idee ‘geneeskunde’ bedacht hebben, laat staan moeite doen om mensen op te lappen. Gezien het feit dat de geneeskunde en allerlei aanverwante zaken welig bloeien, er nog steeds vraag genoeg naar artsen en verpleegkundig personeel is, heb ik niet het idee dat we dat er op dit gebied dingen veranderd zijn.
Het is waar dat wij mensen een wil bezitten die sterker kan zijn dan ons instinct. Dit zorgt ervoor dat we geen marionetten of voorgeprogrammeerde robots worden of zijn, die uitsluitend handelen naar de instincten en reflexen die vooraf ingesteld zijn. Hoe dit bij dieren en planten zit, weet ik niet precies, maar ik ben blij dat wij mensen het vermogen hebben om (dankzij onze wil) keuzes te maken, al schept dit direct ook verantwoordelijkheid. Dit verklaart voor een deel waarom er suïcide en euthanasie plaatsvindt, maar maakt dit niet minder tegennatuurlijk. Vermoedelijk hebben deze zaken te maken met het ontbreken van ‘zin van leven’, waar veel meer over
geschreven kan worden, wat ik echter niet zal doen. Er zijn mensen die het eigenhandig beëindigen van leven kunnen begrijpen en evt. zelfs als positief zien, zelfbeschikking van de mens is immers een groot goed, wordt er gezegd. Toch wordt over het algemeen de dood als iets negatiefs gezien, waarbij het leven de tegenover gestelde component is. Zelfs als het gaat om mensen die we niet kennen, waar we geen enkele band mee hebben, spreken we over leed. Ik heb nog niemand gehoord die de vele doden bij de aardbeving in Haïti niet tragisch vond. En, ook al worden bepaalde oorlogsslachtoffers als noodzakelijk gezien, gewenst zijn deze nooit. Over het algemeen achten we het dus wel degelijk ‘beter’ te leven dan te overlijden.
Niet alleen mensen hebben een overlevingsdrang, dit evengoed het geval bij dieren, planten en andere organismen. Nu kan dit heel snel en eenvoudig verklaard worden vanuit evolutionistisch oogpunt, een organisme heeft overlevingsdrang en het vermogen om zich aan te passen nodig om te overleven en zichzelf voort te planten. Andere vraag; waarom wil het leven zich voortplanten, waarom willen we iets op deze aarde achterlaten wat waarschijnlijk langer zal bestaan, langer zal overleven, dan wijzelf?

26 February 2010
By on 11:42
Overlevingsdrang (1)

Als ik de stelling poneer dat studenten en levende planten niet heel goed samen gaan, zullen er waarschijnlijk niet veel mensen zijn die mij hierin tegen zullen spreken. Natuurlijk zijn er verschillende uitzonderingen daargelaten, maar over het algemeen overleefd de plant zijn lengte van dagen niet voor hele lange tijd vanwege vergeetachtigheid van de student. Studenten hebben nu eenmaal veel dingen waar zij mee bezig zijn en aan moeten denken, zowel wat studie betreft als andere zaken. Zo kan het er wel eens bij inschieten om Bach op te zetten of, meer essentieel voor de plantgroei, de plant met water te bevochtigen. Direct gevolg hiervan is dat veel studenten de moed opgegeven hebben en, om niet meer planten te mishandelen, er maar weinig levend groen op studentenkamers te vinden is.
Laatst was ik wel in het bezit van een plantje, een klein roosje, en ik deed dan ook mijn best deze zijn natje te geven op zijn tijd. Mijn kamer en mijn humeur werd er helemaal door opgefleurd. Toen werd het echter weekend, de schrik van iedere studentenplant. Weekend betekend in veel gevallen afwezigheid, zo ook in dit geval. Natuurlijk had ik mezelf nog toegesproken en vermaand dat ik niet moest vergeten mijn roosje te verzorgen en deze wel voldoende water te geven om het weekend mee door te komen. Op een of andere curieuze wijze had ik echter ook nog allerlei andere zaken aan mijn hoofd, waardoor ik jammerlijk faalde.
De maandagochtend daarop stapte ik met de moed der wanhopigen mijn kamer binnen, maar het mocht niet meer baten, het leed was al geschiedt. Wat mijn oog daar zag, was het toppunt van triestheid. Geheel verdroogd hingen talloze blaadjes en zeven kopjes naar beneden. Mijn laatste strohalm grijpend, gooide ik nog een flinke plens vers water op de harde grond in de hoop op een wondertje, hopend dat er toch nog ergens een stukje leven in het organisme zat. Het mocht echter niet meer baten, het vocht werd niet meer uit de grond onttrokken. Het was nu toch echt mijn taak geworden om dit overschot op te gaan ruimen. Natuurlijk had ik wel meer dingen te doen dan me alleen om een wijlen plant te bekommeren, ik was immers nog steeds student. Zo kwam het dat het potje met inhoud nog een paar dagen onaangeroerd op m’n kamer bleef staan. Af en toe wierp ik er een blik op en voelde ik mij weer treurig worden. Zo ook tijdens een thee- drink-sessie met Frieda. Alleen op dat moment ontwaarde mijn oog iets dat anders was dan daarvoor, ik werd opmerkzaam door een toch wel erg frisse en lichte kleur groen van een aantal kleine blaadjes. Ik keek beter en ja, mijn hoop werd bevestigd. Mijn plantje heeft een doorstart gemaakt. =)

19 February 2010
By on 15:44
Stage 2e jaar

Snelwandelen is een sport waarin ik me snel bedreven heb gemaakt, wat ook vrij noodzakelijk is, wil je alle specialisten bijhouden die je de gratie hebben verleend om met ze mee te lopen. Men heeft niet uitgesproken haast, alleen het tempo is wat hoger. Het voordeel van dit tempo is ook, behalve dat je eerder op plaats van bestemming aankomt, dat je minder moe wordt of in ieder geval je benen minder moe voelt worden. Iets wat toch wel een prettige bijkomstigheid is als je tien uur op een dag in het ziekenhuis rond hobbelt.
Afgelopen en komende week ben ik aan het snuffelen in het ziekenhuis. Heel stoer, met een witte jas en de neiging onderdrukkend m’n handen in die mooie grote zakken te stoppen, snelwandel ik door de gangen. Handen in de zakken doen is fijn als je je geen houding weet te geven, maar schijnt het meest uitgesproken signaal van ongeïnteresseerdheid te zijn, iets waar specialisten een hekel aan hebben. En als er iets is wat ik niet wil, is het ongeïnteresseerd overkomen, want het meeste is juist reuze interessant.
Natuurlijk is is het aanwezig zijn in het ziekenhuis op zich niet bijzonder interessant, iedereen komt wel eens in het ziekenhuis. Het leuke ervan wordt veroorzaakt door de dingen die je ziet en tegenkomt, een kijkje in de keuken. Zo heb je met zo’n witte jas net wat meer privileges die er voor zorgen dat je meer gelegenheid hebt om bijzondere dingen te zien, maar ook meer basale zaken te leren. Zo is mijn standplaats de afdeling Klinische Neurofysiologie, ik weet het, een hele mond vol, maar eigenlijk is het gewoon een onderdeel van Neurologie, dit is echter de plek waar alle onderzoekjes met betrekking tot de hersenen, sensorische en motorische zenuwen plaatsvinden. Zo heb ik aanwezig mogen zijn bij EMG’s, Duplex-onderzoeken (u goolged maar), maar natuurlijk ook EEG’s, de zogenaamde hersenfilmpjes. Het is grappig dat mensen meer informatie uit zo’n patroon kunnen halen, dan alleen het feit dat het een stuk of tien rommelige lijntjes boven elkaar zijn en voorzichtig kan ik zeggen dat het voor mij ook al ietsie pietsie duidelijker is geworden. Er zijn allerlei mensen bij wie zo’n onderzoek gedaan moet worden, mensen die verdacht worden van epilepsie en soms ook hoofdpijnpatiënten, mensen van alle leeftijden. Bijzonder is het toch wel om aanwezig te zijn bij een kindje van 2 dagen oud die om de zoveel tijd begint te schokken waarvan het vermoeden is dat het epilepsie heeft en het een mutsje met elektrodes opgedaan wordt om zijn hersenactiviteit te monitoren. Zo jong en dan al hordes met mensen aan je bed, die gekke gele jurkjes aan, sieraden afgedaan en hun handen uitgebreid gedesinfecteerd hebben om dit kleine wondertje met zijn bijzondere trekjes te mogen aanschouwen en zich ergens nuttig proberen te maken. Ergens is het dan fijn als vrij snel de diagnose gesteld en het vermoeden bevestigd kan worden, al weet je dat dit nog lang niet het einde van alle zorgen betekent.
Misschien zal dit jongetje later ook in aanmerking komen voor een Nervus Vagus Stimulator, een vrij nieuwe techniek waarbij er een soort pacemaker aan een zenuw (de nervus vagus) wordt bevestigd om op deze manier epileptische aanvallen te onderdrukken. Het is daardoor mijns inziens hartstikke interessant en bijzonder om aanwezig te mogen zijn bij de implantatie van zo’n stimulator en laat ik nu tijdens mijn stage het voorrecht hebben om hierbij mee te mogen kijken.
Ik vermaak me wel tijdens deze stage met deze en alle andere dingen.n dat ik dan lange dagen maak die energie vreten, neem ik van harte op de koop toe.

6 February 2010
By on 12:56
Déjà vu

5 November 2009
By on 10:51
Gezien op college

There are only 10 types of people in the world,

those who understand binary and those who don’t

7 October 2009
By on 11:04
Geocachen

Afgelopen weekend konden we nog even genieten van nazomerweer. Vanaf maandag is het begonnen met regenen en waaien en kunnen we niet meer ontkennen dat het herfst is geworden. M’n regenpak heb ik weer opgezocht en ook gebruikt in de afgelopen week, m’n winterjas zal spoedig volgen, want m’n zomerjas biedt toch niet heel veel warmte meer.

Een zondagmiddag is, met een beetje mooi weer, een ideale gelegenheid om een stuk te gaan wandelen. Afgelopen zondag waren er meer studenten in Enschede die dat een goed idee vonden, helemaal toen iemand voorstelde om te gaan geocachen. Zelf was ik op dat moment niet heel erg bekend met de term ‘geocachen’, maar inmiddels weet ik wat het inhoud en ook dat het erg leuk is. Stiekem heb ik nu dus al gezegd dat ik me heb laten overhalen en ‘s middags liepen we dan ook met acht studenten om, in en nabij het Ledeboerpark in Enschede.

Het kwam er eigenlijk op neer dat we, terwijl we ons vermaakten door te wandelen, gesprekken te voeren en te genieten van een stukje Enschede waar nog niemand eigenlijk echt geweest was, ondanks dat het aan de hoofdroute naar de UT ligt, een route liepen met behulp van GPS en puzzeltjes die we onderweg moesten maken om de volgende coördinaten te vinden. (Excuus voor de veel te lange zin.) Geocachen klinkt heel hip en actief, maar eigenlijk is het dat allebei niet, het is gewoon heel relaxed. Zo hebben zijn we de hoogste mamoetboom in Nederland tegengekomen, hebben we beukenootjes gevonden, gezocht, gepeuzeld en gevoerd aan herten. We hebben gewoon van onze zondagmiddag genoten, iets waar een zondagmiddag bij uitstek geschikt voor is.

En als ik dan weer door de regen fiets met koude vingertoppen denk ik bijvoorbeeld weer aan zo’n zondagmiddag en voelen de druppels alweer wat minder koud, nog leuker is het natuurlijk om warme chocomel of winterthee in het vooruitzicht te hebben, al is dat weer een ander jaargetijde, dacht ik.

3 October 2009
By on 13:48
A(B)N

In elk kringetje van waarin je bevindt neem je woordjes over van de mensen om je heen. Op een of ander manier zijn wij mensen daar niet immuun voor, hoe graag we dat soms ook zouden willen. Wie heeft er nooit bij zichzelf of bij een ander geconstateerd dat hij woorden of zinssneden van iemand over heeft genomen? Met name ouders van kleine kinderen zitten wel eens met de handen in het haar, zich afvragend waar hun kind dàt woord nu weer vandaan heeft.
De mensen die ik spreek, spreken over het algemeen allemaal A(B)N ofeen dialect, maar in ieder geval is het taalgebruik van de mensen dieik spreek wel met elkaar te vergelijken. Toch is het zo dat ieder kringetje, mits het een kringetje van enige (in welke zin van het woord dan ook) betekenis is, zijn eigen cultuurtje vormt, met een eigen taalgebruik. Dit kan invulling hebben doordat er in dialect wordt gesproken, bepaalde woorden heel vaak worden gezegd, of andere woorden juist gemeden, er worden eigen woorden gemaakt, of dingen van een specifieke kant bekeken. En juist omdat dingen op een bepaalde manier gezegd worden krijgen ze veel meer betekenis voor iemand binnen dat kringetje dan voor iemand daarbuiten waar hetzelfde tegen gezegd zou zijn. Eigenlijk is dat best grappig, zonder dat we het doorhebben zeggen we van alles tussen de regels door. Het gevolg is dat sommigen dubbel liggen van het lachen als je iets zegt, terwijl anderen hoofdschuddend hun schouders ophalen omdat ze achtergrondinformatie missen en de boodschap tussen de regels door niet kunnen lezen. Zo kan ik nu oprecht blij zijn als iemand "Goeie shit!" zegt, na een hap genomen te hebben van het eten dat ik gekookt heb, terwijl ik de eerste keer dat ik dat hoorde inwendig even mijn wenkbrauwen moest fronzen.
Aan het begin van dit stukje, had ik het over A(B)N. De B tussen haakjes omdat we niet meer mogen zeggen dat het beschaafd Nederlands is, want anders zouden we kunnen impliceren dat mensen die dialect spreken niet beschaafd spreken. Als je zulke redenaties overal op gaat toepassen lijkt het me dat je wel heel omslachtig en overdreven moet gaan omschrijven, maar dat was een zijpaadje. Eigenlijk ben ik van mening dat A(B)N niet bestaat, en als het wel bestaat, kan dit alleen voor zakelijke doeleinden gebruikt worden. A(B)N is namelijk taal die iedereen moet begrijpen, taal zonder boodschappen tussen de regels door, maar dat lijkt me stiekem toch wel  heel erg saai. Ik kan en wil dan ook niet garanderen dat ik in A(B)N schrijf. ;)

24 September 2009
By on 11:26